Internet en apps op de muren van de woonkamer

6-3-2014 / Randstad Vandaag, Erasmus Universiteit / Op de ene muur van de kamer zoeken naar een restaurant via Googlemaps, op de andere muur verschijnt het menu en op de grond de reviews van het restaurant. Het kan allemaal met de 3D-browser SurroundWeb van Microsoft die nog in ontwikkeling is. / Lees het hier

De plannen die deze week naar buiten gebracht werden beloven veel, maar roepen ook vragen over privacy op.

SurroundWeb is een nieuwe browser van Microsoft die past in de ontwikkelingen van de afgelopen jaren om de mogelijkheden van media uit te breiden. Met een GoogleGlass bril is het bijvoorbeeld al mogelijk om extra informatie over de omgeving te krijgen, of e-mail te bekijken. Of een spelcomputer die op het ene scherm een voetbalspel weergeeft en op het andere scherm extra informatie over bijvoorbeeld de highscore. Media voegen iets toe en zijn interactief. SurroundWeb gaat net een stapje verder.

Geïnspireerd door het Holodek van de sciencefictionserie Startrek, waarbij een kamer in welke omgeving dan ook kan transformeren via slimme technologie, brengt Microsoft een soort surround browser-ervaring. Daarbij kan een website op de oppervlaktes in een kamer geprojecteerd worden. Naast websites kunnen er ook apps gebruikt worden, die via sensors de gebruiker op allerlei dingen kunnen wijzen, zoals een biefstukje dat aanbrandt in de keuken, door een signaal te projecteren naast de gebruiker. Mischa Kroon, webdeveloper uit Rotterdam ziet het helemaal voor zich: “Op de ene muur zou ik mijn agenda projecteren en op de andere Skype.”

Microsoft-SurroundWeb-Research-520x390

Maar om dat te kunnen, heeft de browser veel informatie nodig over de kamer. Welke oppervlaktes kan het programma gebruiken om op te projecteren? Waar staan de objecten in de kamer? Dat gebeurt via camera’s en sensors. Microsoft heeft verschillende maatregelen genomen om de privacy daarbij te garanderen, zo krijgen websites geen data van de camera’s, maar een soort basale bouwtekening van de bruikbare oppervlaktes die door SurroundWeb gemaakt wordt. Dat vindt Kroon te ver gaan: “De enige informatie die ik zou willen geven is hoeveel projecteerbare ruimte ik in pixels heb, meer niet. Het kan wel zo zijn dat mijn informatie alleen lokaal staat opgeslagen, en niet ergens op een server, maar mensen die hun computer niet goed beveiligen kunnen gehackt worden. Dan kan iemand beschikking krijgen tot allerlei data, zoals hoe groot het huis is, en welke dure objecten er eventueel in staan.”

Microsoft geeft aan dat de objecten in een kamer gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld een advertentie te projecteren. Daarbij zal de informatie over aanwezige objecten niet opgeslagen worden op de server van een website. Bijvoorbeeld: een website heeft de regel dat als er in de kamer van de gebruiker een fles wijn staat, er een advertentie over wijn zal verschijnen. Maar of de advertentie daadwerkelijk wordt getoond, krijgt de website niet teruggekoppeld, en daardoor zou het geen problemen opleveren voor de privacy. Maar Kroon legt uit dat het niet zo simpel is: “De website zelf krijgt misschien niet die informatie te zien, maar het bedrijf waar de reclame vandaan komt ziet wel dat een specifieke gebruiker de advertentie gezien heeft.” Hij vindt dat de browser niet gebruikt moet worden voor reclame die inspeelt op persoonlijke gegevens en is bang dat mensen te gemakkelijk toestemmen in het afgeven van data. “ ‘Mogen wij de inhoud van uw kamer gebruiken om een betere shopping-experience te creëren?’ Zo zou het kunnen gaan, net als nu bij Facebook dat telkens iets meer informatie van je wil hebben, of bij apps die om je locatie vragen.” Het is daarnaast niet bemoedigend dat Microsoft via een flinterdun onderzoekje onder 50 mensen acht bewezen dat de privacy-gevoeligheid van de browser acceptabel is.

Toch denkt Kroon dat SurroundWeb waarschijnlijk over een jaar of vijf geïntegreerd kan zijn, en als veel mensen er gebruik van maken, zal hij als websitebouwer extra werk moeten doen: “De afgelopen jaren moesten websites al op veel verschillende manieren gemaakt worden, zowel voor pc’s en laptops, als telefoons en tablets. Nu komt er weer een nieuw medium bij. Het biedt meer mogelijkheden voor websites om extra informatie op verschillende manieren te tonen. Bijvoorbeeld een winkelwebsite waarbij je op de ene muur met je handen door de kleding kan browsen, op de andere muur je winkelwagentje hebt en weer ergens anders de aanbiedingen. Het betekent veel extra werk voor webdevelopers, en zal dus extra kosten met zich meebrengen. Als gevolg daarvan zullen kleine websites niet mee kunnen komen en de grote websites groter worden.”

Dit artikel verscheen in Randstad Vandaag – 6 maart 2014

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s