Ik ben geen sandwichmachine!

Een knappe vrouw van middelbare leeftijd met lang bruin haar klakt op haar hakschoenen de Subway binnen terwijl ze aan het bellen is. Ik doe mijn plastic handschoenen alvast aan en groet haar vrolijk. Ze vraagt de persoon aan de andere kant van de lijn om een momentje en dan komt het: ‘Een halve cheese-oregano, BMT, extra pittige kaas, getoast, sla, tomaat, komkommer, geen augurk, wel olijf, geen jalapeños, chipotle saus. Ja daar ben ik weer, ja ik sta in de Subway…’ 

Ik herhaal de bestelling twee keer in mijn hoofd terwijl ik het brood pak, de vrouw loopt weg van de counter en gaat door met telefoneren. Als ik het broodje in de toaster heb gedaan, bedenk ik me welke groente ze erop wil. ‘Mevrouw?’ Ik probeer haar aandacht te krijgen maar ze is halverwege de zaak gaan staan. De toaster piept, ik haal het broodje eruit en roep haar iets harder. Ze komt naar me toe lopen, ik wacht even totdat ze is uitgesproken, maar ze stopt niet met praten. Ze kijkt geïrriteerd naar haar broodje dat koud begint te worden. Dan onderbreek ik haar: ‘Mevrouw, wilt u ook paprika erop?’ Ze schudt van nee.

Ik drapeer de groente symmetrisch op het broodje en maak een Z-vorm met de saus. Met een elegante zwaai klap ik het broodje dubbel en begin hem in te pakken. Dan zegt ze: ‘Hoho, nog even peper en zout erbij!’ Ik haal het broodje er weer uit en strooi het erover heen. Ik heb inmiddels al mijn gêne laten gaan en praat dwars door haar telefoongesprek heen: ‘Wilt u nog wat drinken?’ Er volgt geen enkele vorm van antwoord en voordat ik haar het bedrag kan noemen, geeft ze me tien euro. Ik geef haar het wisselgeld terug, ze grist het broodje onder mijn handen vandaan en loopt de zaak uit. In mijn hoofd roep ik haar na: ‘Ik ben geen sandwichmachine!’ Maar ik hou de eer aan mijzelf en wens haar een fijne dag.

Aan het begin van de counter staat een jongeman in pak, zijn gezicht kleurt een beetje rood en zodra ik hem groet, zegt hij uiterst vriendelijk: ‘Goeiedag! Gaat het goed?!’ Hij doet zijn best het gesprek aan te gaan en mij op te vrolijken, ik haak in en maak grapjes over zijn bestelling. Goddank zijn er nog mensen die mij niet als een doorgeefluik behandelen. Schande, dat zij zich plaatsvervangend moeten schamen voor het onbeschofte gedrag van een ander.

Als ik mijn boodschappen doe, of een broodje bestel, zorg ik ervoor dat ik aandacht geef aan degene achter de kassa. Soms is het pijnlijk om te zien hoe verbaasd ze zijn. Dan weet ik maar al te goed wat het met je dag kan doen, als iemand gewoon heel even naar je lacht, vraagt hoe het gaat, of een grapje maakt. Er is bijna niets voor nodig om een ander weer even als mens te laten voelen en daar word je zelf ook menselijker van.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s